Hoe doen ze dat nou? Boeren ervaringen met de KPI’s in Drenthe

21/3/2024

Duurzame prestaties van melkveehouders zijn zichtbaar te maken door te sturen op concrete doelen zoals ammoniakemissie, fosfaatbodemoverschot en weidegang. In het evaluatierapport van de provincie Drenthe wordt duidelijk hoe er gescoord is op KPI’s en deelnemers hebben door middel van een enquête aangegeven welke KPI voor hen een grote rol heeft gespeeld en welke maatregelen ze hebben genomen. Hieronder zijn de KPIs uit het rapport kort samengevat en de enqueteresultaten weergegeven. De interviews en volledige resultaten zijn te vinden in het rapport zelf.

Fosfaatbodemoverschot

In de groep schommelt het resultaat op fosfaatbodemoverschot. Doordat het aantal deelnemers en de samenstelling van de groep elk jaar verschilt, is er ook gekeken naar de individuele ontwikkeling. Iets meer dan 70% van de deelnemers laat een dalende lijn zien over de jaren. Zij hebben de resultaten dus weten te verbeteren.

Wat zeggen de deelnemers

Voor de KPI fosfaat geven de deelnemers aan dat dit een indicator is waar het minst op gestuurd is. Dit heeft uiteraard alles te maken met de mate van invloed die kan worden uitgeoefend. Een bemesting via kunstmest is voor bedrijven met derogatie niet mogelijk. De maatregelen die deelnemers hebben genomen zijn dan ook niet speciaal gericht op het fosfaatbodemoverschot. Wel geeft een aantal deelnemers aan dat ze beregening hebben toegepast om de opbrengst te verhogen en de mineralenbenutting te verbeteren. Dit heeft uiteraard ook een positief effect op het fosfaatbodemoverschot. Maar deze mogelijkheid tot beregenen is uiteraard niet voor iedereen mogelijk. De opmerkingen van een van de respondenten: “Wat je probeert te sturen heeft minder invloed dan het weer”, is dan ook typerend voor deze KPI.  

Lees ook het interview met Wichard Kievit: ‘Gezonde bodem is de basis: behoud de balans’

Stikstofbodemoverschot

Op de gegevens van de deelnemers is ook een regressieanalyse toegepast. Per deelnemer is gekeken hoe de ontwikkeling in de tijd is geweest. Uit deze analyse blijkt dat 59% van de deelnemers bij het stikstofbodemoverschot een positieve trend laat zien. Dit is dus ondanks de wisselende jaren ten aanzien van de weersomstandigheden. Bij de overige deelnemers is deze trend vlak of laat deze een verslechtering zien.

Wat zeggen de deelnemers

De KPI stikstofbodemoverschot wordt als een belangrijke KPI ervaren, waar door de deelnemers actief op gestuurd is. Een van de genomen maatregelen, is onder meer de verlaging van de kunstmestgift. Bijna de helft van de respondenten heeft deze maatregel toegepast. Iets meer dan de helft van de mensen die de enquête heeft ingevuld heeft het aandeel klaver in de grasmengsels verhoogd (58%). Dit is gunstig voor de stikstofbinding. Het aanpassen van het maaibeleid wordt ook genoemd, maar in mindere mate.

Lees ook het interview met Arjan Mulder: ‘Beperken stikstofbodemoverschot begint bij de basis. Optimale bedrijfsvoering geen garantie voor maximale score’

Ammoniakemissie

De regressieanalyse van de resultaten per deelnemer laat zien dat iets minder dan de helft van de deelnemers (47%) een verbetering heeft laten zien gedurende het project. De overige bedrijven bleven gelijk of hebben verslechterde resultaten.

Wat zeggen de deelnemers 

Ruim een kwart van de deelnemers geeft aan veel aandacht te hebben besteed aan de KPI ammoniakemissie. Een derde gaf aan juist weinig aandacht hieraan te besteden. Het lijkt er op dat dit onderwerp niet hoog op de agenda van alle deelnemers heeft gestaan. Er is onderscheid te maken tussen de managementmaatregelen, de goede boerenpraktijk, en technische maatregelen die vaak gebonden zijn aan een investering. Opmerkelijk is dat deelnemers aangeven geen grote prioriteit te geven aan deze KPI, maar dat er wel degelijk maatregelen zijn toegepast die van invloed zijn. Denk bijvoorbeeld aan meer weiden of verlaging van het eiwit in het rantsoen. Mogelijk hebben ze dit gedaan om invloed uit te oefenen op de andere indicatoren waar economische prikkels een grotere rol spelen en is de ammoniakemissie niet de primaire aanleiding geweest. Verdund uitrijden van mest werd door 26 deelnemers genoemd als een genomen maatregel.

Lees ook het interview met Martin Houwing: ‘Ondernemerschap staat met doelsturing weer centraal. Scoren met goede landbouwpraktijk’

Klimaat (broeikasgasemissie)

De broeikasgasemissie is de optelsom van methaan CH4, kooldioxide CO2 en lachgas N2O die ontstaan bij het produceren van melk. Om voor een beloning in aanmerking te komen bedraagt de streefwaarde voor klimaat uitgedrukt in broeikasgasemissie in totaal, zonder mineralisatie, maximaal 1350 g CO2 eq/kg melk. Uit de analyse van de Kringloopwijzers blijkt dat over alle jaren een flink aantal deelnemers de doelstelling haalt. Dit aantal neemt ook toe gedurende de looptijd van het project en loopt op van ruim 80% naar ruim 90%. Dit is echter ook een landelijke trend. De Drentsche bedrijven presteren wel iets beter. 

Wat zeggen de deelnemers 

Hoewel de prioriteit niet duidelijk bij deze KPI ligt, zijn er wel degelijk maatregelen genomen die een positieve invloed hebben. Denk aan het verlagen van de kunstmestgift, bijna de helft van de mensen die de enquête hebben ingevuld, geeft aan deze maatregel te hebben genomen. Mogelijk is deze maatregel dus genomen met het oog op een andere KPI.

Lees ook het interview met Aart Brinkman: ‘Regionaal voeren (be)spaart klimaat, maar niet de voerkosten’

Weidegang

Bijna 70% van de deelnemers heeft een verbetert resultaat.  De cijfers laten zien dat meer bedrijven meer zijn gaan weiden in de periode 2018-2022. Het aandeel bedrijven dat net voor de beloning in aanmerking komt en tussen de 120 en 140 dagen weidt, neemt minder hard toe (4%) dan het aantal bedrijven dat meer dan 160 dagen weidt (10%). Mede onder invloed van de beloning vanuit de zuivelondernemingen neemt het aantal weidebedrijven toe in heel Nederland. In 2017 was dit nog 73% van het totaal aantal bedrijven. In 2022 was dit 78%. Het aandeel weidebedrijven binnen de de groep deelnemers in Drenthe is met 83% harder gegroeid dan de landelijke trend.

Wat zeggen de deelnemers 

De deelnemers geven aan dat ‘weiden’ de KPI is waar ze het meest op hebben ingezet. De deelnemers zijn hiervoor onder meer aan de slag gegaan met een weidecoach. De resultaten van de deelnemers afzonderlijk over de vier jaar laat een flinke verbetering zien. Bijna 70% van de deelnemers is in de afgelopen periode meer gaan weiden, 31% van de bedrijven is gelijk gebleven of is minder gaan weiden. 

Lees ook het interview met Nick van de Pol over beweiden: ‘Stapelen van beloning zorgt voor positieve impuls. Goed weiden? Een flinke dosis boerenverstand’

Alle plaatjes bij dit artikel komen uit het evaluatierapport

Ik doe mee

Blijf op de hoogte

Via de nieuwsbrief blijft u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Dit kun je verwachten: Hoe kunt u als boer zelf aan de slag? Hoe zitten beloningssystemen in elkaar? Hoe wordt in de pilots met data omgegaan? Hoe zorgt het Ministerie voor integraal beleid?

Bedankt voor uw inschrijving! U ontvangt vanaf nu de laatste ontwikkelingen.
Helaas! Er is iets misgegaan.

Samenwerkings­partners